Bea en Kristien Decraemer

Twee zusjes uit Brugge, vriendinnen van Henriëtte van Kampen. Bea een bijenkoningin die de wereld verder wil brengen. Kristien een vlinder, blij met elke bloem op haar pad.

Er was veel belangstelling voor de mooie zwartgelokte Kristien. De blondere Bea mocht er ook wezen en er waren altijd aardig wat Spanjaarden die de route vonden naar de plek waar de twee Belgischen zich ophielden. Bea was bezorgd dat Kristien iets kwaads zou overkomen en sprong er altijd tussen wanneer een Spanjaard op de twee afstapte en de verkeerde afslag nam. Jet en Kristien hadden veel plezier om die bezorgdheid en maakten er een sport van de lange arm van de verantwoordelijke zus in het duister te laten tasten. Henriëtte had zelf geen zus, nu stal ze er een. Met Kristien struinde ze in de avonduren langs alle plekken in het kamp waar iets te beleven viel.

Te lezen in

De Noordzee opening

‘Ik ben geen zoeker,’ zei Kristien. ‘Ik ben een vinder.’

Henriëtte keek op. Waar Bea en zij op hun knieën met hun vingers de grond rond de aard­bei­enplanten aftastten, liep Kristien rechtop en veegde hier en daar met de punt van haar voet een blaadje opzij.

‘Dat is waar,’ zei Bea. ‘Kristien vindt veel, maar zoeken kan ze niet.’

Ze stond op, imiteerde de voetbewegingen van haar zusje, draaide met haar hoofd naar alle kanten en floot twietwietwiet.

‘En Bea,’ vulde Kristien aan, ‘Bea zoekt veel, maar vinden kan ze niet.’

Ze zakte door haar knieën, maakte wilde graafbewegingen en zong waaristringetjenou.