Henny Florijn

Een kluizenaar en zijn hond. Wie komt daartussen?

 “Je ken dat onkruid toch maar niet zo laten staan? Tuurlijk mot dat gras gemaaid worden! Wat denk jij wel? 
Als de mensen kommen mot ’t netjes wezen!”

Op een dag komt de “mens” Joost Beekman op zijn pad. De zorg doet zijn intrede in het leven van de kluizenaar.

 

Te lezen in

Florijn

Henny was een kluizenaar omdat de wereld hem niet raakte. Zelfs niet als de wereld hem redde. Als de wereld hem redde gedroeg hij zich als een vogeltje dat door een kind is gered uit de bek van een kat: Het vlucht weg voor het kind, dat met bezorgde blik toekijkt hoe het zijn gebroken vleugeltje te­gen de grond slaat.

 Hij wees op het blaadje met de getallen.
“Vierhonderdvijftig gulden! Dat heb je d’r van. Hij had nog een grote smoel ook. En door rood rijden, hè? Ja, dan hebben ze je!”
“Wat bedoelt u…”
“Op televisie man! Heb je dat niet gezien? Hij reed wel 180. Maar ze hebben ‘m gegrepen!”
Ik begon langzaam iets te begrijpen. De kluizenaar was een liefhebber van het tv-programma Blik op de weg. Op een blaadje noteerde hij de hoogte van de verkeersboetes die werden opgelegd.