Joost Beekman

Hoe probeert een bioloog zijn schakende vriend Johan Helwig te behoeden voor krankzinnigheid?

"En alsof dit nog niet bedroevend genoeg is, komt er nu een schaker die beweert dat een lemming nog een poosje draalt, van h7 naar g8 en dan weer naar h8, alvorens het ruime sop te kiezen. Alsof hij aarzelt, zijn eigen levensgeluk tegenover de gang der dingen stelt en het uiteindelijk te licht bevindt…"

Het mislukt. De schaker wordt mal, de bioloog wordt mens, het zwaarste beroep dat er bestaat. Vooral als je wordt ingehuurd door Judith Sluyk, en een ethicus als oom Bernard kruist je pad. Na een jaar mens zijn is Joost helemaal op.

Te lezen in

Het waterrad van Ribe

"Kijk, een blauwe kiekendief!", zei Joost. Johan zag in de grauwe lucht iets rondcirkelen; wat hem betrof had het evenzeer een wespendief of ruigpootbuizerd kunnen zijn. Plichtmatig bracht hij de refractor naar zijn oog, maar slaagde er niet in de stootvogel op de lens te krijgen.

"Prachtig," zei hij, "hoe zie je nu dat het een blauwe is?"

"Dat is van zo grote afstand moeilijk te zien," zei Joost, "maar de bruine is donkerder en de grauwe komt hier niet voor. Vogelen is een kwestie van horen, zien en weten…"

De stille omgang

"Hoe was het om te vrijen met een imbeciel? Wist hij de weg of was hij net zo groen als ik een paar maanden geleden in het sterfhuis? Ik geef toe dat ik jaloers ben. Groen van jaloezie ben ik. Jaloers op een zwakzinnige. Kan een mens dieper zinken?"

Florijn

"Daarnaast was ik als wegkaptein een polderaar: ik wilde de boel bij mekaar houden. Maar wat ik deed was: de boel uit mekaar drijven. Wie als bowlingbal de boel bij mekaar wil houden eindigt in de goot."

De val van mijn moeder

Joost is bezig met de voorbereiding van de volgende leefplanbespreking. Daarnaast is hij teruggevallen in zijn oude verslaving, de ornithologie. Het uitsterven van de grutto wordt door hem op de voet gevolgd