Judith Sluyk

Engel des doods, moeder van twee kinderen met een sterfhuis in de achtertuin, femme fatale voor Joost Beekman, en gezinsvoogd van Jari Juffermans.

Mensen vinden haar nietsontziend, ze kan over lijken gaan. Toen het woord hospice de taal nog niet was binnengevallen, stond er een sterfhuis in haar achtertuin. Omwille van haar kinderen is ze ermee gestopt. Mam, ik vind het niet leuk meer, had Kitty haar dochter gezegd. Elke keer als we naar Baantjer willen kijken hebben we zelf een lijk in de achtertuin. Nu staat er een tafeltennistafel in het sterfhuis en komen de vrienden van Robert haar zoon op zaterdagavond pingpongen en indrinken. En verdient Judith de kost met iets anders. Gezinsvoogd, dat is andere kost. En zij kiest de kant van het kind, reken maar dat Judith de kant van het kind kiest.

Te lezen in

De stille omgang

"Ik kan wel een mens gebruiken."

Gierzwaluwen

O, die ethiek van Judith Sluyk! Als zij toch eens de sluizen van de hemelpoort mocht bedienen, God de vader zou van veel en bont gezelschap verstoken blijven.

De val van mijn moeder

Judith is mijn toeverlaat, wij hebben oude geschiedenis. Ze leeft als een dier, want ze schaamt zich nergens voor en is erg practisch.