De loop der stukken

Pionnen (cubs) mogen de eerste zet die zij naar voren spelen twee cellen vooruit (gezien vanuit de speler). Daarna mogen ze er nog maar één vooruit, net als in het schaakspel. Ze mogen echter ook één cel omhoog (niet omlaag of opzij). Een pion kan dus beginnen met een of meerdere zetten omhoog te gaan en pas daarna zijn eerste zet naar voren spelen (en mag dan dus ook twee cellen naar voren).

Slaan mag de pion in alle voorwaartse richtingen schuin. Dus in voorwaartse richting schuin naar links, rechts, omhoog én omlaag. Slaan is de enige manier voor een pion om opzij of omlaag te gaan. Een pion mag niet in alle drie de dimensies schuin slaan. Dus een witte pion die op D4d staat mag slaan op D5c, D5e, C5d en E5d, niet op C5c, C5e, E5c en E5e.

Pionnen mogen ook en passant slaan: als een witte pion op bord 4 staat en een zwarte pion doet zijn eerste zet vooruit vanaf bord 6 naar bord 4 en komt daarbij uit op een cel naast, onder of boven de betreffende witte pion, dan mag de witte pion de schuine slagzet uitvoeren (waarbij hij in een cel recht achter de geslagen pion uitkomt). Dus als wit op de eerst zet D2b-D4b speelt en zwart beantwoordt die zet met D6a-D4a, dan mag wit D4bxD5a spelen en de zwarte pion uit de D4a-cel verwijderen. Hij moet deze zet, net als bij het schaken, wel onmiddellijk spelen nadat zwart D6a-D4a heeft gespeeld.

Als pionnen op een van de achterste cellen (49 stuks, gezien vanuit de tegenstander het voorste cellenblok) aankomen, promoveren ze tot superdames (young-lionesses).

Het paard (knight) mag de klassieke paardsprong in twee zelf te bepalen dimensies uitvoeren. Dus een paard dat in de D4d-cel staat kan in de lengte en breedte naar de cellen B3d, B5d, C2d, C6d, E2d, E6d, F3d en F5d. Maar het paard mag ook in de breedte en hoogte naar B4c, B4e, C4b, C4f, E4b, E4f, F4c en F4e, of in de lengte en hoogte naar D2c, D2e, D3b, D3f, D5b, D5f, D6c en D6e. Het klinkt onoverzichtelijk maar in de digitale versie is een klik op een stuk voldoende om alle cellen te zien oplichten waarheen het zich mag bewegen.

De loper (bishop) gaat in twee dimensies diagonaal. Er is per zet altijd één cellenbord dat hij niet verlaat. Dus een witte loper die in de D4d-cel staat kan ervoor kiezen om op het D-bord te bewegen naar bijvoorbeeld D7g (schuin naar voren omhoog). Hij kan ook op bord 4 bewegen naar bijvoorbeeld A4a (schuin naar links omlaag) of op het d-vlak blijven met een zet als D4d-G1d (schuin naar rechts naar achteren). De leeuwenkooi bestaat, naar analogie van het schaakbord, uit lichte en donkere cellen om en om. Een loper beweegt zich het gehele spel op lichte of op donkere cellen. Elke speler heeft twee lichtcellige en twee donkercellige lopers. Let wel: omdat de hoekcellen én de centrale D4d-cel licht gekleurd zijn, zijn lichtcellige lopers iets waardevoller dan donkercellige lopers. In het algemeen ruilt men zijn paard graag tegen een lichtcellige loper, maar niet tegen een donkercellige loper.

Nota bene: net als bij het schaakspel mag een loper (en de meeste andere stukken) niet "door een bezette cel heen". De diagonaal waarlangs hij zich beweegt moet vrij zijn. Alleen het paard mag "springen" of "duiken". Zelfs al staat het paard omringd door 26 stukken in de belendende cellen, dan mag hij als een echte Houdini verdwijnen en weer opduiken naast de omsingeling.

De rots (rock) mag zich alleen in een rij, lijn of toren bewegen, zoals een toren in het schaakspel die ook omhoog of omlaag mag bewegen.

De oude dame (old lioness) mag bewegen zoals de loper of zoals de toren, net als in het schaakspel en is daarmee aanvankelijk het sterkste stuk van het spel.

De leeuwenkoning (lion king) mag zich naar één van zijn belendende cellen verplaatsen, óók naar de acht cellen waarmee hij slechts met zijn acht celpunten verbonden is (in alle drie dimensies schuin).

De superdame (young lioness) doet haar intrede op het bord wanneer een van de pionnen erin slaagt het achterste bord te bereiken. Dan verandert de pion in een superdame. De superdame onderscheidt zich van de oude dame doordat zij ook in drie dimensies schuin diagonaal mag (net als de leeuwenkoning, maar zij mag natuurlijk meer dan één cel vooruit in die diagonaal).

Nota bene: in het Lion’s Cave bestaat geen minor promotie: een gepromoveerde pion wordt altijd een superdame.

 
Lion's Cave
De Leeuwenkooi Beginopstelling De loop der stukken Doel van het spel